Blog Image

luxielen

IS DE STEINERSCHOOL EEN ANTROPOSOFISCHE SCHOOL? (8)

Onderwijs Posted on 13 Feb, 2017 12:31:24

KAN EEN LEERKRACHT IN DE STEINERSCHOOL ATHEÏST OF AGNOST
ZIJN?

Als een atheïst, dit wil zeggen: iemand die niet gelooft in God,
goden of geestelijke werelden, les wil geven aan een steinerschool, kan die dat
dan? En een agnost, iemand die beweert dat men God, goden en geestelijke werelden
niet kan kennen, kan die lesgeven aan een steinerschool?

In een steinerschool hangen doorgaans geen religieuze
afbeeldingen, geen kruisbeelden en dergelijke, al is dit niet helemaal waar,
want in bijna álle steinerkleuterklassen en in vele klassen van de lagere
school hangt een ingekaderde reproductie van de Sixtijnse madonna van Rafael Sanzio. Waarom hangt die daar? Om de
kunstzinnige voorstelling van de Madonna met het kind Jezus? Ja, ook, maar
vooral omdat antroposofen in dit schilderij een afbeelding zien van hoe de mens
uit de geestelijke wereld neerdaalt op aarde: de kleine kinderhoofdjes die als wolkjes rond Maria zweven zouden de mensenzielen zijn die klaarstaan om te incarneren op aarde). Zie:

De twee kleine engeltjes
vooraan zouden de twee fameuze Jezuskinderen zijn die Steiner uit zijn
geestelijk schouwen heeft meegebracht. Wil je meer weten over wat antroposofen in
dit schilderij zien, lees dan eens wat Lieven De Brouwere erover schrijft in
zijn blog https://vijgennapasen.wordpress.com/tag/sixtijnse-madonna/(jammer genoeg moet je eerst door een korte vileine tekst over de islam)
Of wat de Vlaamse antroposoof Jos Verhulst erover schrijft:

De Sixtijnse madonna is in steinerscholen de evenknie van het kruisbeeld in
katholieke scholen: een symbool van de geloofsovertuiging die er uitgedragen
wordt.

Ondanks de overal aanwezige Sixtijnse madonna, de dagelijks
herhaalde spreuken en de antroposofische visie op geschiedenis, plantkunde,
mens- en dierkunde beweren de steinerscholen geen levensbeschouwelijke scholen
te zijn. Godsdienstonderwijs wordt er ook niet gegeven. Als atheïst of agnost
zou je er dus probleemloos aan de slag kunnen. Maar dat is niet zo.

In een
gesprek met een lid van de Federatie van Steinerscholen in Vlaanderen (H.A.) werd me duidelijk gemaakt dat een steinerschool zonder antroposofie niet kan. Je
kunt geen leerkracht zijn in een steinerschool zonder de antroposofie te
omhelzen. En dat is nu net het probleem: als je in een steinerschool wil
lesgeven – bijvoorbeeld omdat je je aangetrokken voelt door het kunstzinnige –
dan MOET je de antroposofie erbij nemen. Dat wil zeggen dat je alles wat
Steiner verkondigd heeft, moet aanvaarden. Het staat trouwens in zowat alle
aanwervingsvoorwaarden: je moet je willen verdiepen in de antroposofie. In de
praktijk komt het daarop neer dat je meedoet met wat enkele leidende figuren in
elke school opleggen: de spreuken zeggen en de verplichte steinervoordrachten
lezen.

In vele steinerscholen kom ik echter leerkrachten tegen die amper iets van Steiner
gelezen hebben, en er zich ook weinig van aantrekken. In hun lessen geven ze
wat anderen hen aanreiken of ze baseren zich – helaas – op werkboekjes en
schriften van leerlingen uit voorgaande klassen. De weinige leerkrachten die
zich antroposofisch scholen houden zich soms meer met antroposofie bezig
dan met pedagogie, maar hun vocabularium verspreidt zich wel over de hele
school. Zo kom je leerkrachten tegen die – zonder enige ervaring met de
geestelijke wereld – vol ernst en overtuiging spreken over etherlichaam,
astraallichaam, bewaarengelen en een moed verstrekkende aartsengel Michaël,
wiens naamfeest op 29 september in elke steinerschool gevierd wordt,
doordrongen van het antroposofische gedachtegoed, terwijl men dan net zo goed
een mooi herfstfeest kan vieren en dat ook zo noemen.

Toch heeft die antroposofische invloed in de scholen een
gunstig effect. In elke steinerschool ontmoet je cultuur. Geen banale
gesprekken over voetbal, koers of andere dagdagelijkse besognes in de lerarenkamer, maar oprechte
gesprekken over de kinderen, over kunst, over culturele evenementen. Op deze
scholen wordt er nagedacht en vanuit een filosofische visie – hoe eigenaardig
die ook mag zijn – gehandeld. Er is oog voor schoonheid, er leeft respect voor
mens en omgeving. De materialen, van natuurlijke oorsprong, zijn met zorg
gekozen. De klasinrichtingen zijn eenvoudig en de versiering sober; helemaal
het tegengestelde van wat je in andere (reguliere en alternatieve) scholen soms ziet. Vergelijk een rust uitstralende steinerkleuterklas maar eens met een kleuterklas uit reguliere of alternatieve
scholen: wat een schreeuwerige kakofonie kom je daar niet tegen!

Wat ik zoek, niet voor mezelf, want ik heb het voor een
groot deel kunnen realiseren, maar voor de vele ouders op zoek naar een goede
school voor hun kind, is een school waar minstens dezelfde zorg, minstens dezelfde
kunstzinnigheid, minstens hetzelfde respect heersen als in een steinerschool,
maar dan zonder de antroposofische indoctrinatie. Kortom een steinerschool waar
atheïsten en agnosten zich thuis kunnen voelen. Moet dat dan zonder Steiner?
Helemaal niet, want de beste pedagogische ideeën van Steiner komen niet voort
uit zijn antroposofie, maar uit zijn gezond boerenverstand óf heeft hij van anderen. Het blijft hoe dan
ook zinvol om Steiners teksten en voordrachten over pedagogie te lezen.

Een goede steinerschool is een school waar ook pedagogische werken van andere auteurs dan R. Steiner met aandacht gelezen en
besproken worden, want Steiner is niet de enige zaligmakende pedagoog.

Zijn
leerplannen hebben dringend een update nodig om te voldoen aan het eenentwintigste-eeuwse
leven – we leven toch ook niet meer in de maatschappij van 1919 – en aan de huidige
wetenschappelijke inzichten.

Hoe kun je een steinerschool zonder antroposofie creëren?

Vervang de spreuken door liederen die geen religieuze inhoud
verkondigen. Er zijn meer dan voldoende mooie liederen om een schooldag mee te
beginnen en mee af te sluiten. Of zeg een spreuk zoals die spreuk van Christian
Morgenstern die vóór het eten gezegd wordt: zonder antroposofische
geloofsverkondiging. Een mooi gedicht kan ook voor wie houdt van een poëtische
opmaat, maar zeg niet jaren achtereen dezelfde spreuk of hetzelfde gedicht.

Schoolfeesten kunnen gemakkelijk losgekoppeld worden van de
antroposofie aangezien het seizoens- en volksfeesten zijn. De zogenaamde geestelijke achtergronden ervan heb je niet nodig om een zinvol feest te
vieren. Een Michaëlsfeest is trouwens gewoon een herfstfeest; een Sint-Jansfeest is ook
gewoon een midzomerfeest. Kerstmis mag gerust over de geboorte van Jezus gaan,
maar ook over Mithras of Boeddha of Mozes en het kan tegelijk ook een algemeen geboortefeest zijn.

Vakken als geschiedenis, plantkunde, mens- en dierkunde laat
je aansluiten bij de hedendaagse stand van de wetenschappen. Deze vakken hebben
echt geen behoefte aan antroposofie. Het vak menskunde zou een volwaardig vak
moeten worden in 4e, 5e en 6e klas. En gezien de grote ontwikkelingen op
sterrenkundig en weerkundig vlak en op het gebied van ruimtevaart zou een vak
als astronomie zeker moeten toegevoegd worden aan het curriculum van de lagere
school.

Lees en bediscussieer met de leerkrachten oude en recente inzichten
op pedagogisch vlak via boeken, handleidingen enz. Naast Steiner en Montessori
moeten boeken van bijvoorbeeld Freinet, Furedi, Omer, Moonen, Van den Broeck, Verhaeghe,
Savater, Masschelein, Stevens en vele anderen bestudeerd worden.

Om terug te komen op mijn vraag: Kan een atheïst of agnost leerkracht zijn aan een steinerschool?

Ja, als die steinerschool al de antroposofische
elementen achterwege laat. Een instituut zoals een school hoeft geen
antroposofische instelling te zijn; alleen de Antroposofische Vereniging is een
antroposofische instelling.
In een steinerschool (of gelijk welke school) kunnen
leerkrachten als persoon, als individu, antroposoof zijn, maar de leerkrachten
mogen gelijk welk geloof aanhangen of atheïst/agnost zijn, want een religieuze
of niet-religieuze overtuiging maakt deel uit van het geestesleven en dat moet,
zoals Steiner aangeeft, vrij zijn.
Het is dan ook een noodzaak dat alle elementen
in een steinerschool die vanuit een antroposofische visie afkomstig zijn, eruit
verwijderd worden.

En het christelijke element dat zo overvloedig aanwezig is in de steinerpedagogie, wat doen we daarmee?
Omdat het christelijke nu eenmaal tot onze cultuur
behoort en tot voor korte tijd zo goed als allesbepalend was in onze
maatschappij, moet het voorlopig nog als cultureel erfgoed aan bod komen. Er is
zo veel in onze wereld dat naar het christendom verwijst dat de kinderen er
recht op hebben om te weten wat dit is en waarover het gaat. Zodra de
christelijke relicten verdwenen zijn, zal het christendom enkel en alleen nog
in geschiedenislessen behandeld worden.

www.cielen.eu



HANDSCHRIFT

Onderwijs Posted on 13 Feb, 2017 10:27:34

Wellicht heb je ooit op vraag van je vierjarige kleuter zijn
naam op zijn tekening geschreven. Hoe deed je dat? Veel kans dat je zijn naam
in blokletters hebt ‘getekend’. Inderdaad getekend, want blokletters schrijven
is een vorm van tekenen. Je kleuter heeft al snel in de gaten hoe hij zijn naam
nu ook kan tekenen en het maakt hem niet uit of hij deze nu van links naar
rechts tekent of andersom of gespiegeld of links of rechts of midden op het
blad en liefst van al groot. Zijn fijne motoriek laat doorgaans nog geen kleine
lettertjes toe; die lukken pas veel later.

Als de schoolrijpheid zich aankondigt tekent de kleuter zijn
naam al vlot en zie je dat de rechte en gebogen lijnen daarin met vaste hand
neergezet zijn. Tijd dus om met het vormtekenen te beginnen. Dit tekenen van
vormen gaat uit van wat de ex-kleuter, nu eersteklasser, beheerst: de rechte en
gebogen lijnen, waarbij alle mogelijkheden van de fijne motoriek geoefend
worden: vanuit de schouder, de elleboog, de pols en de vingers. De stevige druk
van kleurpotlood of waskrijt op het starre tekenblad verandert stilaan in de
lichte toets van schetspotlood en vulpen op het veel soepeler
schrijfpapier. Juiste pengreep en bijpassende
elegante schrijfhouding vullen de vrijere houdingen en bewegingen van het
tekenen aan.

Via tientallen mooie, sierlijke maar ook stevige
lijnoefeningen, waarin alle kenmerken van het gebonden schrift verwerkt zitten,
komt in de loop van de eerste en tweede klas het gebonden schrift – de kinderen
noemen het lopend schrift – tot stand. Waar aanvankelijk de blokletters nog mochten
getekend worden voor namen en woorden bij de sprookjesachtige letterbeelden,
schrijven kinderen van de tweede klas briefjes en verhaaltjes in letters die
soms inventief, soms vrolijk, soms haperend met elkaar verbonden zijn.

Hoe snel evolueert het kinderlijk schrijven daarna tot een
eigen handschrift waarin temperament en karakter tot uitdrukking komen. Sommigen
schrijven groot en hoekig, anderen houden van klein en sierlijk. De een drukt
hard en produceert met zwaar labeur dikke letters die bladzijden verder nog te
herkennen zijn in de afdruk die ze achterlaten in het papier; een vastlopend
schrift in 3D als het ware. De ander zweeft met de pen over het blad en laat
etherische, haast onzichtbare teksten na als zijn ze met engelenhand
geschreven. Gestileerde uniformiteit, ondanks de gezamenlijke oefeningen en de
methodische aanpak is na enkele jaren ver te zoeken, en zo hoort het ook, want
aan zijn geschrift ken je het kind. Je bent zoals je schrijft en vice versa.

www.cielen.eu



ATLANTIS en GESCHIEDENIS IN DE VIJFDE KLAS

Onderwijs Posted on 10 Feb, 2017 13:14:27

VRAAG VAN PIETER WITVLIET

Ik wil iets vragen over ‘Atlantis’. Luc merkt
terecht op dat Steiner ‘zijn’ Atlantis als realiteit beschouwt en niet als
legende. Steiner zou, volgens Luc, geadviseerd hebben met Atlantis te beginnen.

Begrijp ik het goed, dat het Steiners aanwijzing is, dat het
geschiedenisonderwijs in klas 5 moet beginnen met Atlantis en wel het Atlantis
van Steiner, dus het antroposofische Atlantis, dus Atlantis als antroposofie.

Atlantis als antroposofie aan de leerlingen van de 5e klas.
Zie jij het zo?

—-

Het is goed om nu en dan de puntjes op de i te zetten. Ik
ben Pieter ten zeerste dankbaar dat hij dit hier doet, want als ik schrijf dat
Steiner geadviseerd heeft om met Atlantis te beginnen, dan lijkt het wel of
Steiner dit letterlijk zo gezegd heeft, terwijl dat – voor zover ik kan nagaan
– niet zo is. In geen enkele pedagogische voordracht van Steiner komt deze
uitspraak voor. Waarom beweer ik dan dat Steiner dit geadviseerd heeft?

In de eerste plaats omdat ik dat zelf zo vernomen heb in de
opleidingen die ik iets meer dan veertig jaar geleden gevolgd heb. Daarin werd
onder andere een manuscriptuitgave van een leerkracht aan een Nederlandse
Vrijeschool gebruikt waarin de geschiedenisperiode van de vijfde klas tot in
detail was uitgewerkt. De auteur begint met Atlantis en behandelt
achtereenvolgens de cultuurperioden in de volgorde die Steiner in zijn lezingen
over de mensheidsontwikkeling heeft opgegeven. Mijn collega’s in de Vlaamse
steinerscholen gebruikten deze uitgewerkte tekst als handleiding bij hun
geschiedenisperiode met als gevolg dat je tot op vandaag in zowat alle
werkboeken van de leerlingen dit stramien met dikwijls identiek dezelfde
teksten – die trouwens – o ramp – van het bord overgeschreven worden –
tegenkomt.

In de tweede plaats omdat ik als leerkracht de verplichting
heb om me degelijk voor te bereiden en steeds alles in vraag te stellen. Ik ben
dus op zoek gegaan in de overgeleverde teksten van Steiner en vond in het boek
van Karl Stockmeyer Rudolf Steiners Lehrplan
für die Waldorfschulen
voldoende elementen om mijn bewering te staven. Het hoeft
niet altijd woordelijk in een voordracht van Steiner staan om te weten wat hij
bedoelt.

Wat heeft Steiner geadviseerd in verband met het
geschiedenisonderricht?

Inhoudelijk zéér weinig. Hij heeft vooral een methodische
aanpak gesuggereerd met daarin drie zaken, die volgens mij zeer waardevol zijn:

1. Leid het kind in in de geschiedenis door het een
tijdsbesef mee te geven. Het kind geeft een hand aan de vader, die de hand
geeft aan zijn vader enzovoort: drie generaties per eeuw.

2. Geef geen beschouwingen, maar vertel over historische
figuren.

3. Wat werkt uit elk tijdperk nog door in onze tijd?

Over de inhoud zegt hij het volgende: “Het (kind) moet een
persoonlijke verhouding kunnen krijgen tot de historische personen, ook tot de
beschrijving van de levenswijze in de afzonderlijke tijdperken van de
wereldgeschiedenis
.” En op een ander moment zegt hij: “Het
geschiedenisonderwijs kan zó worden gegeven, dat we de historische grootheden,
de mensen uit de geschiedenis en ook de afzonderlijke impulsen van het
tijdperk
op een dusdanige manier neerzetten dat het kind levendige morele
en religieuze sympathieën en antipathieën ontwikkelt. Dan bereiken we iets wat
buitengewoon belangrijk is.”

Als Steiner het over tijdperken heeft, dan bedoelt hij wel
degelijk de tijdperken zoals hij die ziet in zijn antroposofisch gedachtegoed. Steiner
heeft het dus over de tijdperken van de wereldgeschiedenis en over de impulsen
die daarvan uitgaan. Om dit te begrijpen moet je niet op zoek gaan in de
pedagogische voordrachten, maar in de voordrachten die over de wereld- en
mensheidsontwikkeling gaan. Een handig boek om snel op te zoeken wat Steiner in
zijn talloze voordrachten over de tijdperken heeft gezegd is De aardse en de kosmische mens van Bruno
Skerath (uitg. Kramat, Westerlo 2012). Daarin staat op blz. 478: “Rudolf
Steiner schenkt ons ook hier een leidraad. Hij wijst op een opeenvolging van
verschillende beschavingen waarin een doorgaande lijn te zien is, een lijn die
uitmondt in de zogeheten westerse beschaving van vandaag… Het gaat om zeven
beschavingen, waarvan wij vandaag in de vijfde leven.” Hoger op dezelfde
bladzijde schrijft Skerath: “We hebben … te maken met de omvorming, in fasen,
van ons astraal lichaam tot de menselijke ziel. Daartoe hebben de beschavingen,
waar we in vroeger tijden aan hebben deelgenomen, in beslissende mate
bijgedragen.”

Er staan enkele antroposofische visies in de voorgaande
teksten:

1. Er zijn zeven tijdperken van beschaving, volgend op de
zondvloed ofte de ondergang van Atlantis. Dit is antroposofie, want alleen gebaseerd
op Steiners mededelingen uit zijn ‘schouwingen in de geestelijke wereld’.

2. Elk tijdperk duurt 2.160 jaar en is gelinkt aan het
lentepunt dat doorheen een teken van de dierenriem verschuift. Dit is
antroposofie en astrologie ineen. Astrologie kan nooit ofte nimmer leerstof
zijn op school.

3. De tijdperken volgen elkaar in de tijd op. Dit klopt niet
met de historische werkelijkheid: culturen overlappen elkaar ook of bestaan simultaan
naast elkaar en beïnvloeden elkaar.

4. De volgorde van de tijdperken stemt niet overeen met wat de
archeologie tevoorschijn brengt. De oorsprong van onze beschaving is niet –
voor zover dit nu bekend is – ontstaan in India, maar in het gebied dat
gewoonlijk de ‘Vruchtbare Halve Maan’ genoemd wordt.

5. Elk tijdperk (cultuurperiode) heeft zijn specifieke
impuls voor de ontwikkeling van de ziel. De term astraal lichaam is in deze
context alleen voor antroposofen begrijpelijk. Deze bewering steunt ook alleen
op Steiners ‘geestelijk schouwen’.

6. Er staat dat we aan de voorgaande cultuurperioden hebben
deelgenomen; dit is een verwijzing naar reïncarnatie. En zoals je weet gaan
antroposofen ervan uit dat je meer dan eens op aarde leeft.

Natuurlijk zal geen enkele leerkracht de uitleg over de
zielsontwikkeling meegeven aan de kinderen, maar het feit dat de geschiedenis
ingedeeld wordt in zeven tijdperken na de zondvloed bereidt de kinderen voor op
het accepteren van deze visie op geschiedenis. Steiner ziet een teleologische lijn
in de geschiedenis, terwijl moderne historici net beweren dat er geen lijn en
geen doel in de geschiedenis zit. Steiner is hier dus duidelijk in tegenspraak
met hedendaagse inzichten.

In de leerplanvoordrachten zegt Steiner dit: “In de vijfde
klas zal men zich dan alle inspanning getroosten om met de kinderen een begin
te kunnen maken met de werkelijk historische begrippen. En men moet er ook
absoluut niet voor terugschrikken om het kind juist in deze tijd, in de vijfde
klas, begrippen bij te brengen over de cultuur van de oosterse volkeren en
van de Grieken
. De tegenzin om terug te gaan naar oude tijden is enkel
opgewekt door die mensen van onze tijd die niet het talent hebben om adequate
begrippen op te roepen wanneer men teruggaat naar die oude tijden. Een kind van
tien, elf jaar kan heel goed gewezen worden op alles wat hem aan een begrip
helpt voor de oosterse volkeren en voor de Grieken, vooral wanneer men
voortdurend appelleert aan zijn gevoel.”
Die oosterse volkeren in de oude tijden zijn de Indiërs, de
Mesopotamiërs, de Perzen, de Egyptenaren. Dus ook hier een referentie naar de
cultuurperiodes zoals antroposofen die zien.

Heeft Steiner dan gezegd dat je bij Atlantis moet beginnen
in de vijfde klas? Nee, maar uit al wat hij over geschiedenis inhoudelijk verkondigd
heeft, kun je niet anders dan bij Atlantis beginnen. Hoe ga je anders over de
verschillende cultuurtijdperken spreken?

Mag je Atlantis dan niet ter sprake brengen? Jawel, maar
alleen als illustratief verhaal bij de Grieken in de 5e eeuw voor Christus, als
je het over de filosofen hebt, en dus ook over Plato.

Los van de antroposofische elementen, die alleen door aandachtige
lezers te herkennen zijn, is de grote waarde van Steiners advies, dat hij
ervoor pleit om een cultuurgeschiedenis te geven, waarbij hij op andere
momenten erop wijst om in elke leerstof het kunstzinnige te vinden. Wel, in de
geschiedenisperiode zijn zowel de cultuurgeschiedenis als het kunstzinnige overvloedig
aanwezig. Er bestaat geen beter geschiedenisonderwijs dan dit, zeker als je de
antroposofische elementen achterwege laat en daarbij ook de volgorde van de
culturen (spreek liever niet over cultuurtijdperken) aanpast aan de hedendaagse
wetenschappelijke inzichten.

Ik heb nog wel meer opmerkingen over het
geschiedenisonderricht in de steinerscholen, maar die vallen buiten het bestek
van de vraag van Pieter.

Een aantal van Steiners uitspraken over het vak geschiedenis
vind je op http://cielen.eu/pedagogie/steiner.html

Luc



IS DE STEINERSCHOOL EEN ANTROPOSOFISCHE SCHOOL? (7)

Onderwijs Posted on 09 Feb, 2017 11:05:46

HET SCHOOLLIED

Toen ik in 1983 in Brasschaat De Wingerd oprichtte was het
geenszins mijn bedoeling een steinerschool op te richten. Er stond me een
school voor ogen waar kunstzinnige activiteiten een essentieel onderdeel zouden
vormen van het curriculum en alle lessen doordrongen zouden zijn van
kunstzinnige elementen. Omdat het overgrote deel van de kinderen en de ouders
afkomstig was van de enkele jaren eerder opgerichte steinerkleuterschool in
Kalmthout en zij mee hun schouders zetten onder dit nieuwe schoolproject,
vonden we een compromis in de benaming van de school: Kunstzinnig basisonderwijs volgens de steinerpedagogie. In de
praktijk is de school echter geëvolueerd naar een gewone steinerschool.

De school groeide snel en de behoefte aan nieuwe
leerkrachten was groot. Maar waar vind je leerkrachten die ook een kunstzinnige
vorming genoten hebben? Alleen in de antroposofische lerarenopleidingen die destijds
gegeven werden in Nederland, Duitsland, Zwitserland en aanvullend ook in
Vlaanderen. Maar ook leerkrachten die al ervaring hadden opgedaan in de
Antwerpse Steinerschool maakten hun opwachting. Zij brachten een nieuw element
mee dat zij in hun Antwerpse school hadden leren kennen: het schoollied. Het
heeft me veel moeite gekost om dit tegen te houden, want ik houd niet zo van
hymnen, vlaggen en leuzen waarachter mensen zich in groep kunnen scharen. Dat
hoort thuis in de negentiende eeuw met haar romantiek van de natiestaten. Als
je een mens vrij wil maken of de kans wil geven om vrij te zijn, moet je zeker
niet beginnen met zulke zaken. Het vrije geestesleven heeft geen nood aan
wimpels, vlaggen en stoeten, maar aan individuen.

Eerst wilde men het schoollied van de Antwerpse
Steinerschool gewoon overnemen, maar dat kon volgens mij helemaal niet. Maar
omdat de muzikale meerstemmige bewerking van het lied wél muzikale kwaliteiten
had, was ik bereid tot een compromis. Als instrumentaal nummer kon het gebruikt
worden bij het herfstfeest ofte Michaëlsfeest. Dus zonder tekst. Waarom? Omdat
de tekst een antroposofisch gebed (spreuk) is tot de aartsengel Michaël, die
volgens Rudolf Steiner heerst over dit vijfde na-Atlantisch tijdperk. De tekst
gaat als volgt:

Hemellichten stralen
op de aarde neer;
gaan in onze harten
glanzen meer en meer.
Refrein: Wij willen dragen, sterrenlied in
ons bloed.

Michaël, wij
vragen, geef ons kracht en moed.

Gouden
sterrenkrachten, maak ons denken rein.
Laat onze gedachten
klaar en helder zijn.
Refrein.

Zend door onze daden
ook uw sterrenlicht,
dat wij hier op aarde
trouw voldoen onze plicht.
Refrein.

Net als in de ochtend- en de avondspreuk wordt hier de link
gelegd tussen sterren en denken, waardoor weer eens gewezen wordt op het hoofd van
de mens als afspiegeling van de kosmos.

Vele jaren later, toen ik de school al geruime tijd verlaten
had, vernam ik dat men toch een eigen schoollied gemaakt had. De school heeft
nu ook nog een leuze gekregen waar ik me vragen bij stel: Kind mogen zijn om vrij mens te worden. Nu nog de schoolvlag?

www.cielen.eu



IS DE STEINERSCHOOL EEN ANTROPOSOFISCHE SCHOOL? (6)

Onderwijs Posted on 08 Feb, 2017 11:56:13

Na de gezamenlijke lerarenspreuk begeven de leerkrachten
zich naar hun klas. Daar beginnen zij de schooldag met de ochtendspreuk. ’s
Namiddags eindigt de schooldag met de avondspreuk.

Daarmee is het zeggen van spreuken op school niet afgelopen.

In de lagere steinerscholen komen er verschillende
vakleerkrachten in de klassen. Zo zijn er meestal vakleerkrachten voor muziek,
Frans, Engels, handwerk, lichamelijke opvoeding, tuinbouw, houtbewerking en
euritmie.
De leerkrachten Frans en Engels beginnen en eindigen hun
lessen meestal met een spreuk in het Frans of het Engels.
De leerkracht handwerk heeft soms ook de neiging om met een
spreuk te beginnen.
De leerkracht euritmie vindt het doorgaans zeer belangrijk
om de les met een spreuk te beginnen en met een spreuk te beëindigen.
De middagboterham (lunchpakketje) wordt altijd aangesproken
na het zeggen van een spreuk.

De wekelijkse lerarenvergadering (in vele steinerscholen op
donderdagnamiddag) begint en eindigt met een spreuk.
De vergaderingen van de ouderraad beginnen en eindigen met
een spreuk.
De vergaderingen van de raad van bestuur beginnen en
eindigen met een spreuk.
En wellicht zijn er steinerscholen waar nog meer
vergaderingen, oudercontacten en zo meer met spreuken beginnen en eindigen.

Op een gewone schooldag met één vakles Frans zeggen de
kinderen minstens 4 spreuken op 1 dag en de leerkrachten zeggen er minstens 5.
Op een dag met bijvoorbeeld handwerk en euritmie: minstens 6
spreuken voor de kinderen.
Op een dag met bijvoorbeeld een vakles, een lerarenvergadering
en raad van bestuur zullen sommige leerkrachten minstens 8 spreuken zeggen.

Maar er zijn nog meer gelegenheden om een spreuk te zeggen.

Eens was een kind van mijn klas ernstig ziek en was in de
kliniek opgenomen. Volgens een antroposofische ouder – niet de ouder van het
kind – zou het kind misschien kunnen sterven. Deze ouder drong er bij mij op
aan om dagelijks met de hele klas een spreuk te zeggen met de bedoeling de
genezing van het kind te bevorderen. Omdat deze ouder merkte dat ik niet zo
enthousiast was om in deze gebedsgenezing mee te stappen nam ze zelf het
initiatief en dwong de klas een spreuk van Steiner zeggen. Volgens haar was ik
niet antroposofisch genoeg, want amper was het zieke kind aan de beterhand of
de antroposofische ouder nam haar eigen kind van school weg om het op een meer
overtuigde antroposofische school te zetten. Zelf ben ik absoluut niet
overtuigd van de waarde van een gebed tot een hogere geestelijke hiërarchie,
hoe hard de katholieke instellingen waarin ik school gelopen heb, ook hun best
gedaan hebben met erediensten, retraites, rozenhoedjes en tal van andere gebedsmomenten.
De enige kracht die van een gebed uitgaat is dat het een moment van bezinning
kan zijn. En als dit tezamen met een groep gebeurt, kan er ook een socialiserende
impuls van uitgaan. Maar een gebed of een spreuk opzeggen om genezing of iets
anders te bekomen lijkt me volkomen irreëel.

Kinderen worden wel meer gedwongen om spreuken te zeggen. Zo
bestaat er in de steinerscholen de traditie dat elke leerkracht op het einde van
het schooljaar in het getuigschrift (rapport) van elk kind een spreuk schrijft,
speciaal voor ieder individueel kind. In die spreuk probeert de leerkracht een
beeld van het kind te schetsen dat tegelijk remediërend zou zijn. Het volgende
schooljaar moet elk kind dan regelmatig voor de klas – meestal ’s morgens na de
ochtendspreuk – zijn eigen spreuk opzeggen. Eén keer heb ik me laten overhalen
om voor elk kind een spreuk te schrijven, maar ik heb de tekst lichtvoetig
gehouden en de kinderen nooit verplicht om die spreuk voor de klas te komen
opzeggen. Wel heb ik meer dan eens een tekst uit een verhaal, een sprookje of een
mythe als ‘spreuk’ gekozen, maar dit meer gebruikt als een tekstuele
illustratie naast een tekening of aquarel op het getuigschrift. De kinderen
hebben deze teksten nooit moeten opzeggen.

Telkens er in de middelbare schoolklassen een nieuwe periode
begint, verzamelen alle klassen in de zaal, waar ze van elke leerkracht een
korte inleiding over de periode krijgen, waar een leerkracht een korte algemene
lezing geeft met wat praktische punten en waar alle leerlingen tezamen de
ochtendspreuk zeggen. De enkele keren dat ik dit heb meegemaakt, heb ik de
leerlingen goed bekeken en vastgesteld dat er bijzonder weinig aandacht was voor
spreuk en uiteenzetting. In mijn ogen waren deze bijeenkomsten nutteloos en
tegengesteld aan wat men wilde bereiken, namelijk de school als een geheel te
laten beleven.

In de lagere school leeft sinds een dertigtal jaar deze
tendens ook: elke maandagochtend de hele school in de zaal verzamelen voor een
gezamenlijke opmaat onder de noemer: weekopening. Ook hier was het treurig
gesteld. Terwijl de kinderen van de laagste klassen nog hun best doen om braaf
te gaan zitten, storen de kinderen van vijfde en zesde klas voortdurend. De
leerkrachten hoor je dan ook regelmatig ‘sst’ sissen en om de haverklap zijn er
leerkrachten die zich tussen de leerlingen begeven om een leerling aan de kant
te zetten of te berispen. Leerkrachten gedragen zich tijdens deze wekelijkse
opmaat meer als agenten die de orde proberen te herstellen of als getergde
herders die een kudde moedwillige schapen in bedwang moeten houden. Gelukkig
wordt hier nog wat gezongen en klinkt er instrumentale muziek, maar aan hetgeen
de leerkracht van dienst vertelt of uitlegt, wordt weinig aandacht geschonken.
Het ergste en meest zinloze moment komt op het einde van de weekopening,
wanneer de spreuk gezegd wordt. Eerst moeten de kinderen van de eerste, tweede
en derde klas gaan staan en zeggen zij hun ochtendspreuk. Daarna mogen zij gaan
zitten en staan de leerlingen van de vierde, vijfde en zesde klas op om hun
spreuk te zeggen. Dan denk ik: als je dan toch een gezamenlijke weekopening
wil, waarom dan weer opdelen? Waarom dan niet samen één spreuk zeggen, als je
toch zo graag een spreuk wil zeggen? Het zou de leerkrachten van veel zorg en
spanning ontlasten en voor de kinderen zou het ook veel redelijker zijn. Beter
zou zijn om geen spreuk te zeggen, maar in de plaats daarvan een mooi
meerstemmig lied te zingen met de hele school. En dat hoeft dan niet per se het
schoollied te zijn, al zou dat dan nog beter zijn dan een van de spreuken.

Het schoollied dat op feestelijke momenten gezongen wordt is
eigenlijk ook een spreuk op antroposofische basis, maar daarover meer in een
volgende tekst.

Van alle spreuken die ik in de steinerschool heb leren
kennen is er slechts één die naar mijn mening waardevol is. Het is de spreuk
die de kinderen in kleuter- en lagere school zeggen vóór ze aan tafel gaan. De
tekst is van Christian Morgenstern en gaat als volgt:

Aarde droeg het in haar schoot,
Zonlicht bracht het rijp en groot.
Zon en aarde, die dit schenken,
Wij zullen dankbaar aan u denken.
Ook de mensen niet vergeten
Die ’t bereidden tot ons eten.

Daar wordt dan meestal het volgende aan toegevoegd:
Gezegende maaltijd, bon appétit,
merci.

Eindelijk een spreuk die niet van antroposofie doordrongen
is, al was Morgenstern wel een trouwe discipel van Rudolf Steiner.



IS DE STEINERSCHOOL EEN ANTROPOSOFISCHE SCHOOL? (5)

Onderwijs Posted on 07 Feb, 2017 11:03:20

Es ist aus der geistigen Welt —————————- Uit de geestelijke wereld
dieses Kind zu dir heruntergestiegen. —————— is dit kind tot u afgedaald.
Du sollst sein Rätsel lösen ——————————- U
zult zijn raadselen doorgronden,
von Tag zu Tag, ——————————————- van
dag tot dag,
von Stunde zu Stunde. ———————————- van
uur tot uur.

Rudolf Steiner

Uit: Die religiöse und
sittliche Erziehung im Lichte der Anthroposophie
. (De religieuze en morele
opvoeding van het kind in het licht van de antroposofie).

Deze spreuk zeggen de leerkrachten van steinerscholen
dagelijks. Daartoe komen ze een kwartier of iets meer vóór de aanvang van de
schooldag samen in de lerarenkamer en vormen een kring. Een van de aanwezigen
leest de weekspreuk (de weekspreuken van Steiner kun je onder andere vinden op
de site: (https://www.antrovista.com/kaarten/mieke_fielmich_weekspreuken/),
gevolgd door de spreuk hierboven.

Toen ik in 1975 les begon te geven aan de Antwerpse
Steinerschool werd deze spreuk in het Duits gezegd, later in het Nederlands
omdat er steeds minder leerkrachten waren die het Duits machtig waren. Omdat
er, terwijl de spreuk gezegd werd, ook een leerkracht aan de poort van de
school moest staan, kon ik me al vrij snel aan het zeggen van deze spreuk
onttrekken en heb er een goede gewoonte van gemaakt om dagelijks ‘poortwacht’
te doen. In de twee scholen die ik zelf opgericht heb, werd noch de lerarenspreuk noch de weekspreuk door de leerkrachten gezegd. Ik had liever dat de
leerkrachten op tijd in hun klas waren om er de kinderen op een rustige manier
te verwelkomen.

Ook al is de steinerschool dan op aanraden van Steiner zelf
geen antroposofische school, toch komt er met deze spreuk – net zoals de
spreuken voor de kinderen en enkele elementen in vakken als dierkunde,
plantkunde en geschiedenis – een brok antroposofie in de school binnen. Want
met deze spreuk belijdt men dat de mens uit de geestelijke wereld afkomstig is,
helemaal in lijn dus met Steiners visie over de mens wiens ziel vóór de
geboorte en na de dood in de geestelijke wereld vertoeft. Opvallend in deze
tekst is ook de tweede regel waarin gesteld wordt dat de mens afdaalt naar de
aarde. Steiner beschouwde de geestelijke wereld dan ook als bovenaards, waarmee
hij naadloos aansluit bij wat eeuwenlang de opvatting is geweest, namelijk dat
God en engelen – de geestelijke wereld dus – zich boven de aarde bevinden.

Eigenlijk is de Duitse tekst mooier: herunterstiegen kun je
ook letterlijk vertalen als naar beneden stijgen of naar beneden klimmen of
naar beneden klauteren, waardoor zowel een neerwaartse als een opwaartse
beweging geïnsinueerd wordt. In dat geval kan de geestelijke wereld overal om
de aarde heen zijn, wat gezien de bolvorm van de aarde ook logisch zou zijn.

Als je de eerste zin van deze spreuk weglaat of door een
meer geloofsvrije tekst vervangt, is de tekst een mooie aanzet voor de
schooldag; een bewustwording ook voor de leerkrachten om met zorg de leerlingen
tegemoet te treden. “U zult zijn raadselen doorgronden” is een lovenswaardige
impuls. Het feit dat je dit als leerkracht zonder ophouden moet doen “van dag
tot dag, van uur tot uur” wijst op de verantwoordelijkheid die een leerkracht
heeft ten opzichte van de leerling.

Is het nodig dat de school dit antroposofisch mensbeeld op
deze manier oplegt aan haar leerkrachten? Ik ben van mening dat – getrouw aan
het advies van Steiner – de school geen antroposofische instelling moet zijn en
dus ook geen antroposofie moet verkondigen. De school moet iedere leerkracht de
vrijheid geven om naar eigen overtuiging en inzicht te leven en te handelen. Wil
een leerkracht zich privé met antroposofie uiteenzetten: geen probleem, maar de
school mag de leerkrachten niet dwingen om antroposofie te studeren, want dan
gaat ze in tegen haar eigen doelstelling, namelijk opvoeden tot vrijheid.
Leerkrachten die een bepaald mens- en wereldbeeld moeten volgen, zijn niet vrij
en dus in feite niet bekwaam om les te geven in een school die als doel heeft
mensen tot vrijheid op te voeden. Dit brengt me tot de vraag: “Kan een
leerkracht op de steinerschool atheïst of agnost zijn?”



FANTASIE

Onderwijs Posted on 06 Feb, 2017 12:44:25

In de peutertijd worden de fantasiekrachten wakker. De
pluchen beer of aap doet daarmee zijn voordeel, maar een knuffeldoek speelt met
even veel overgave de rol van onafscheidelijke vriend aan wie alles kan gezegd
worden en die zelfs met een hoekje van zijn slip voor troost kan zorgen. Om
soep te maken en patatjes te koken is een blikken kommetje, een plastic
lepeltje en wat lucht meer dan voldoende.

Dan wordt een stoel een trein of een autobus en weldra komen
er verbeelde reizigers en rijdt de kleuter van dorp tot stad en beleeft hij
ingebeelde avonturen waarover hij honderduit fantaseert. Niets is wat het is:
alles wordt gekleurd door fantasie en verandert razendsnel van functie: wie of
wat daarnet nog kindje was, is nu plots mama en voor ze het weet is ze prinses
of, waarom niet, koning. De tijd is rijp om naar verhalen te luisteren om de
verbeelding richting te geven. Verbeelding die onmisbaar is om het denken aan
te zwengelen, om stilaan wakker in het leven te staan. Daarom zijn er de
verhalen, de sprookjes, legenden, fabels, en mythologieën die op school verteld
worden. Zij zijn de poort naar de wereld, naar de cultuur en naar de
wetenschap.

Een beluisterd verhaal zet aan tot schilderen of meer nog
tot tekenen, dat weer de aanzet geeft tot waarnemen, want hoe teken je een
paard? In de derde klas tekenden twee meisjes tijdens de middagpauze paarden,
steeds opnieuw, dag na dag. Waarom? Ze wilden paarden tekenen zoals paarden er écht
uitzien. Van fantasie gingen zij over naar werkelijkheid, maar andersom ging
net zo vlot, want paarden zagen zij in gedachten al galopperen en door de
rivier waden bij het verhaal van Bucephalos.

Een leerkracht die bij zijn leerlingen een levendige
fantasie kan opwekken – wat bij het vertellen als vanzelf gaat – kan in alle andere
vakken daarvan gebruikmaken om creativiteit op te wekken. Net zoals Mozart zijn
fantasie de vrije loop liet op de melodie van Ah, vous dirai je maman zo kunnen kinderen in de lagere school
improviseren op de blokfluit of een tweede stem verzinnen al zingend of
neuriënd. Ze ontdekken verborgen geheimen in de wereld der getallen, waarbij ze
geen nood hebben aan kitscherig voorgetekende appelbomen met besomde appeltjes
erin. Ze schrijven aan de hand van eenvoudige waarnemingen boeiende verhalen en
gedichten. Ze leven zich in in het leven van inktvis en arend. Ze beelden
karakters meer dan levensecht uit op het toneel, maar even goed kan hun
fantasie de saaie woordleer verbinden met muzikale kwaliteiten en stevige
ritmes. Bij het handwerk zien ze al hoe hun pop zal worden nadat ze nauwelijks
één steek genaaid hebben. Tastend om de scherpe randen van amethist of
bergkristal wanen ze zich diep in de bergwand waar de steen gedolven is. Hoe
heerlijk is het om in de les fysica te ondervinden dat wat je ziet niet steeds
is wat er staat: je fantasie gaat met je aan de haal! En zie je in de kaart van België ook een oude herder met een
schaapje op zijn rug?

Creatief zijn, ontdekkingen doen, natuurgeheimen
ontsluieren, wetenschap beoefenen, kunstenaar worden? Niets van dat alles kan
zonder fantasie.



IS DE STEINERSCHOOL EEN ANTROPOSOFISCHE SCHOOL? (4)

Onderwijs Posted on 06 Feb, 2017 12:41:07

In de Vlaamse steinerscholen wordt op het einde van de
schooldag deze spreuk gezegd:

Helder licht der sterren,
straal in mijn gedachten;
dat tot wijsheid worde,
wat ik denkend wil.

Zegenend licht der zonne,
warme mij het harte;
dat tot liefde worde,
wat ik voelend kan.

Goede aardemoeder,
schenk mijn handen krachten;
dat tot daden worde,
wat ik werkend wil.

De auteur van deze spreuk is niet bekend, blijkbaar is ze niet
van Rudolf Steiner. Een overeenkomstige Duitse versie ervan heb ik niet
gevonden. Deze spreuk wordt trouwens in de Nederlandse Vrije scholen die ik
bezocht heb, niet gezegd en ook in de Duitse Waldorfschule heb ik ze niet
gehoord.

Is dit een antroposofische spreuk?

De drieledige opbouw: sterren – zon – aarde, met de daarbij
horende verbanden met denken – voelen- willen is in elk geval van
antroposofische origine, omdat daarmee de drieledige mens, zoals Steiner die
ziet, uitgedrukt wordt.

Dit is hetzelfde mensbeeld als in de biologielessen van de
vierde klas (groep 6) aan de leerlingen gegeven wordt en bekend is als het ‘sterrenmannetje’.

Het denken, het hoofd dus, is verbonden met de kosmos. Het
is door zijn bolvorm een afspiegeling van de kosmos, volgens Steiner. In feite
is dit een archaïsche voorstelling van de kosmos. Vanop de aarde gezien lijkt
de kosmos bolvormig te zijn. Maar wie beweert dat de kosmos bolvormig is, maakt
dezelfde fout als degenen die beweerden (beweren) dat de zon om de aarde
draait.

In de tweede strofe wordt het zonlicht zegenend genoemd. In
vele culturen werd de zon als een godheid beschouwd, zo ook in de antroposofie
waar de zon als een geestelijk wezen wordt gezien. In religies waarin een
goddelijk of geestelijk wezen wordt aanbeden, wordt van dat wezen – dat als een
geestelijke patriarch over de mensheid waakt – verwacht dat het de mens zegent.

In de biologielessen van de vierde klas (groep 6) wordt het
hart van de mens (zijn middengebied) vergeleken met een leeuw, die met zijn
manen dan weer een afspiegeling is van de zon. En in dat middengebied leeft volgens
de antroposofie de gevoelswereld met liefde, haat, verlangen, afschuw enz. Van
de zon wordt verwacht dat ze liefde schenkt.

De aarde moet volgens vele culturen – denk aan de leer van
Zarathustra – bewerkt worden door de mens. Daarmee voldoet hij aan zijn
geestelijke opdracht. De aarde is namelijk antroposofische gezien de plaats waar de
mens liefde en vrijheid moet ontwikkelen. Dit gebeurt via het doen; via de
wilskracht volbrengt de mens zijn taak op aarde.

Dit duidelijk drieledige antroposofische mensbeeld wordt in
deze spreuk meegegeven aan de kinderen. Zes jaar lang (en in sommige
steinerscholen wellicht twaalf jaar lang) wordt deze spreuk bij het einde van
de lessen gezegd. In een lagere school zegt een kind dus plusminus 6 x 180 keer
deze spreuk: dat is 1.080 keer. En gaat men in de middelbare school hiermee
voort dan heeft een kind op het einde van zijn steinerschoolloopbaan niet
minder dan 2.160 keer dit antroposofische mensbeeld uitgesproken. Lijkt dit
niet op antroposofische indoctrinatie? En mag je een kind dit wel aandoen?

De steinerschool in Brasschaat heeft als onderschrift: kind
mogen zijn om vrij mens te worden. In Duitsland verscheen een bestseller met
mooi werk van de steinerschoolkinderen onder de titel: Erziehung zur Freiheit.
Maar is een school waar zulke spreuken dagelijks gezegd worden wel een school
waar een kind, kind mag zijn? Is zulke spreuk wel iets voor een kind? En noemt
men dit opvoeden tot vrijheid?



« PreviousNext »