HET VRIJE SPEL IN DE KLEUTERKLAS

‘Nu was jij de papa en
ik de mama, en jij was het kindje en we gingen naar de winkel. Tuut, tuuut,
vroem
!’ Daarnet zaten de drie vierjarige kleuters op hun houten stoeltjes
nog in de trein en plots staan de stoeltjes in een auto. Hun fantasie schakelt
sneller dan de automaat van je nieuwe wagen. Bovendien gaan ze bijzonder
creatief om met taal, want de verleden tijd is voor hen toekomst. En dat het
meisje nu plots een papa is: een probleem waar alleen volwassenen mee zitten.
Voor een kleuter is alles beweeglijk, niet alleen zijn fantasie, maar ook zijn
fysiek. Daarom is het vrije spel in de kleuterklas het belangrijkste onderdeel
van de schooldag, want de kleuter kan er zijn fantasie uitleven in oneindig
gevarieerde vormen van beweging. Klimmen, kruipen, springen, rennen, vallen, opstaan
en weer doorgaan. Jongleren en bouwen met houten planken, zitkubussen, schommelboot,
‘winkeltjes’ en doeken. Eindeloos fantaseren, ervaringen opdoen, kwaliteiten en
duurzaamheid van de natuurlijke speelmaterialen in de klas uittesten, evenwicht
zoeken op ijverig opgetrokken maar wankele ‘kampen’, het plafond aanraken boven
op een iets te bouwvallige toren en enthousiast roepen als alles instort; al
kan het ook verdriet en teleurstelling zijn en moet de juf even troost bieden
of een handje toesteken. De kleuterleidster/-leider kijkt namelijk niet alleen
toe, maar helpt ook, stimuleert, stelt vragen, leidt af als het tot conflicten
komt, kortom zij/hij is een actieve en betrokken observator. Het sociale leven
in de kleuterklas kent zijn hoogtepunt in dit vrije spel: oudere kleuters nemen
jongere mee op sleeptouw, wijden hen nadrukkelijk of terloops in in bouw-,
stapel- en spelgeheimen. Of een vierjarige zit ijverig naast een vijfjarige
spinnenwebben te tekenen aan tafel, maar slaagt er niet in binnen de randen van
het blad te blijven zoals zijn wat oudere kleuterbuur. Naast hen hebben twee
bijna schoolrijpe kleuters een poppenkast in elkaar gestoken en geven een
voorstelling voor een qua leeftijd en geslacht gemengd publiek dat enthousiast
commentaar geeft en daardoor het spel in alle richtingen dirigeert.

Maar wat is dat gehamer achteraan in de klas? Met de tong uit
de mond probeerde een kleuter een stok door te zagen en is nu ijverig aan het
hameren op iets wat een kruis lijkt, maar even later een zwaard blijkt te zijn
in de hand van een ridder met zilveren mantel op een stokpaardje.

Bij de juf aan tafel probeert een meisje een kwartje appel
in stukjes te snijden voor de fruitschaal straks, maar het mes wil niet door de
weerbarstige appel. ‘Juf, mijn mes is bot, dat gaat niet!’ Juf neemt het mes,
draait het om, met de scherpe snee naar beneden en plots lukt het wel. En dan
is het tijd om de tafel te dekken voor de fruitmaaltijd. Twee kleuters weten
perfect hoe dit moet: van de kast naar de tafel heen en weer met bordjes en
kopjes, al tellend: net zo veel bordjes en theekopjes als er kinderen in de
klas zijn. Van hen moet ook de juf even opschuiven, anders kunnen ze voor haar
niets klaarzetten. Juf profiteert ervan om met een zacht klingelend belletje de
klas rond te gaan, waarop de kinderen al dan niet met goesting beginnen op te
ruimen terwijl ze met hoge stemmetjes zingen: ‘’t Is tijd om op te ruimen, ’t
is hoge tijd…’. Einde van het vrije spel, de rust keert weer, en even later
hoor je alleen het zachte smakken van smullende kleuters.