MUZIEK

Bij mijn weten is de steinerpedagogie het enige pedagogisch
concept dat zo veel belang hecht aan muziek, al bestaan er ook andere scholen
die muziek belangrijk vinden, maar er anders mee omgaan, in die zin dat muziek
er een vak is, terwijl muziek in de steinerscholen niet alleen een vak is, maar
op verschillende manieren in de pedagogie geïntegreerd is. Dankzij de vele
schoolfeesten is muziek in de steinerscholen een element in de opvoeding waarin
kinderen zich al jong kunnen tonen, zingend, en musicerend op instrumenten.

Maar het vak muziek heeft ook een antroposofische achtergrond die
vooral tot uiting komt in de manier waarop kinderen tot negen jaar met muziek
te maken krijgen. Vanuit de antroposofische inzichten van Rudolf Steiner hebben
leerkrachten twee zaken met elkaar verbonden die niet altijd ten goede komen
van het kind.

1. Steiner heeft het over de muzikale beleving van de Atlantische
mens die niet in staat was intervallen kleiner dan de septime te beleven. Na de
ondergang van Atlantis begint het muziekbeleven van de voorchristelijke
culturen stilaan wakker te worden voor de kleinere intervallen en wordt het
kwintbeleven algemeen. Pas na de komst van Christus is de mens in staat de
terts (grote en kleine) werkelijk te beleven en ontstaat die muziek die we
vandaag nog kennen met zijn grote en kleine tertstoonaarden.

2. Herhaaldelijk heb ik in antroposofische lectuur gelezen dat het
kind in versneld tempo de ontwikkeling van de gehele mensheid doormaakt.

Op basis van de combinatie van punt 1 en punt 2 beweren
antroposofisch geschoolde leerkrachten dat het kind tot 9 jaar zich in het
kwintbeleven van de voorchristelijke tijd bevindt en dat in de kleuterschool en
de eerste drie klassen van de lagere school de kwintenmuziek en de
pentatonische muziek de bovenhand moeten hebben. Pas in de derde klas mag men
via de kerktoonaarden overgaan tot onze hedendaagse grote en kleine
tertstoonaarden.

Dit is een veel te vernauwende benadering van de muziek voor
kinderen tot negen jaar, die trouwens van jongs af aan vertrouwd zijn met de
huidige muziekcultuur. Het gevolg is dat het muzikale leven van deze kinderen
afgeremd wordt.

Om op de antroposofische achtergrond van het muziekbeleven in te
gaan laat ik Steiner en enkele muziekleerkrachten aan het woord.

Steiner is voor een niet-antroposoof nogal cryptisch en heeft het
onder andere over de sferenmuziek:

De krachten die
muzikaal van aard zijn, zijn meer vanuit de buitenwereld, de buitenmenselijke
wereld opgenomen, uit de waarneming van de natuur, uit het waarnemen van de
processen in de natuur, vooral uit het waarnemen van de regelmatigheden en
onregelmatigheden in die natuur. Door alles wat er in de natuur plaatsvindt
gaat een geheimzinnige muziek: de aardse projectie van de sferenmuziek.
In elke plant, in elk dier is eigenlijk een toon van de sferenmuziek
belichaamd. Dat is ook nog het geval met betrekking tot het menselijk lichaam,
maar het leeft niet meer in de menselijke spraak, dat wil zeggen, niet in de
zielenuitingen; maar wel in het lichaam, in vormen daarvan en dergelijke. Dat
alles neemt het kind onbewust op en dat maakt dat kinderen in zo hoge mate
muzikaal zijn.

Wat Steiner over muziek gezegd heeft, vind je onder andere op:

http://fvn-rs.net/
zoektermen: quintenstimmung, tonerleben, töne, …

https://www.cielen.eu/steiner-uitspraken-pedagogie-muziek.htm

Elisabeth Lebret heeft het in Muziekboek
voor de drie laagste klassen van de Vrije Scholen
(1970) ook over de
sferenmuziek, maar ook over het muziekbeleven in voorchristelijke tijden en
zelfs preatlantische eonen en geeft tegelijk een beknopte uitleg over het
antroposofische mensbeeld:

Rudolf Steiner deelt
ons mee dat er tijden geweest zijn, waarin de mens nog geen tonen binnen de
kwintomvang kon beleven. In nog oudere tijden geen tonen binnen de
septiemomvang, en dáárvoor niet binnen none- en zelfs decimeomvang. Wanneer de
mens toen muziek hoorde, geraakte hij onmiddellijk buiten zichzelf, en beleefde
de sferenharmonieën in de bovenzinnelijke wereld. (Zie: Die Welt der Hierarchien und die Welt der Töne, 16 maart 1923.) Pas
langzaam werd het de mens mogelijk, kleinere intervallen, ook die binnen de
kwint-omvang te beleven. Toen was het ‘ik’, de bovenzinnelijke kern van de
mensen, zóver in verbinding met het (toen nog heel anders zijnde) fysieke
lichaam gekomen, dat boven beschreven “Entrückung” niet zomaar meer plaats
vond. Na de zondvloed was deze verbinding zo nauw geworden, dat de eerst
uitgeklapte kwinten nu ook binnen het octaaf in een toonscala konden worden
ervaren.

Heel in het kort
gezegd: hoe verder het ik indaalt in het fysieke lichaam, hoe nauwer de
intervallen worden, die het ik kan beleven.

Hier wordt in een
notendop een proces beschreven, dat niet door eeuwen, maar door eonen heen zich
voltrok. Er wordt verband gelegd tussen muziek en het mensenwezen in zijn
geleidelijke afdaling in een fysiek lichaam, een ontwikkeling, die zich ook in
elk apart mensenwezen voltrekt. Hiermee hebben wij in het onderwijs te maken.
Wanneer Rudolf Steiner de pentatonische ladder aanbeveelt voor kinderen tot het
negende jaar, dan ligt de vraag voor de hand of dat ene interval dat daarin
niet voorkomt, de halve toonafstand, op deze leeftijd nog niet echt ervaren kan
worden, omdat het ik zich nog niet ver genoeg met het fysieke lichaam heeft
verbonden. De grondtoon, een fenomeen dat eveneens pas in een later stadium
thuishoort, wordt door kleine kinderen ook nog niet als zodanig beleefd. De
grondtoon is vooralsnog: vader en moeder, meneer of juffie. Een eerste klas is
volkomen tevreden, als een liedje op de terts boven de grondtoon blijft hangen,
of op de kleine terts onder de grondtoon. Dit, en het ontbreken van halve
toonafstanden geven aan het pentatonische nu juist die openheid, die
natuurverbondenheid, die karakteristiek is voor deze scala.

De volledige tekst van Elisabeth Lebret vind je op:

http://www.vrijeschoolliederen.nl/artikelen/vrijeschool-leerplan/elisabeth-lebret-muziekles-in-de-eerste-klas/

Beatrijs Gradenwitz en Petra Rosenberg schrijven in het nawoord
van het liedboek Ik ben een zeemanskind
het volgende:

… Je kunt een
overeenkomst zien tussen de ontwikkeling van de mensheid als geheel en de
ontwikkeling van ieder mens als individu. Hierin kunnen grote
bewustzijnsveranderingen worden waargenomen die in de loop van de geschiedenis
hun uitdrukking vonden in kunst en cultuur. Ook in de muziek is deze
ontwikkeling duidelijk te zien. … In het muziekonderwijs kan dit leiden tot het
inzicht in het belang van de muziek in de kwintsfeer voor kleine kinderen tot
ongeveer 9 jaar. …Tussen het voorchristelijke tijdperk van de pentatonische
muziek…

Uitgaande van de antroposofische visie over de
mensheidsontwikkeling enerzijds en de opvatting dat ieder kind de
mensheidsontwikkeling in zijn jonge jaren versneld doormaakt anderzijds, wordt
er in de steinerscholen op muzikaal vlak pentatonisch gewerkt tot en met de
tweede klas en nog deels in de derde klas. Omdat de kinderen echter volop
geconfronteerd worden met de hedendaagse muziek die meestal majeur of mineur
van karakter is, moet men volgens Steiner, niet te fanatiek aan de kwintenstemming
vasthouden. Gelukkig maar.

Wat betekent dit voor de steinerpedagogie?

In de kleuterscholen wordt hoofdzakelijk pentatonisch gezongen en
gemusiceerd.

In de eerste klas overheerst de pentatoniek.

In de tweede klas nog pentatoniek en in de loop van de derde klas
komt men los van de pentatoniek en komt men via de kerktoonaarden tot de
diatonische toonladder.

Op basis van ‘geesteswetenschappelijke’ uitspraken van Steiner —
weet er überhaupt iemand hoe de bewoners van Atlantis (als ze al bestaan
hebben) muziek beleefden? — dwingt men kinderen pentatonische liederen te
zingen, zelfs als die kinderen al lang de pentatonische fase — meestal beperkt
tot de zaag- ofte kinderdeun so-la-so-mi — ontgroeid zijn. Kleuters kunnen wel
spontaan pentatonisch zingen, vooral als ze improviseren, maar in de eerste
klas kom je die spontane pentatoniek nog amper tegen.

Muziek in de steinerschool gaat dus uit van een
antroposofische ideologie en jammer genoeg te weinig van een muzikaal-pedagogische
visie.

Moet de pentatoniek dan maar ineens uit het curriculum
verwijderd worden?

Dat hoeft niet, want pentatoniek heeft bepaalde
waarden die ook buiten de steinerscholen erkend en gebruikt worden.

Zo is pentatoniek ideaal om blokfluit te leren spelen.
Zie: https://www.cielen.eu/muziek-blokfluit-leren-spelen.pdf

Kwintenmuziek (pentatoniek rond de toon a) is
bijzonder goed geschikt om de intervallen te leren.

Met pentatoniek en vooral kwintenmuziek kun je uitstekend
instrumentaal improviseren.

Kwintenmuziek – op voorwaarde dat zij werkelijk los
staat van maat en grondtoongevoel – kan zeer rustgevend zijn. Maar gebruik ze
niet te pas en te onpas, want dan werkt het niet meer. Er zijn leerkrachten die
– om de klas stil te krijgen – om de haverklap een kwintenmelodie op een
klokkenspel spelen.

Voor uitleg over kwintenmuziek kun je terecht op de
site van Elisabeth Lebret.

Hoewel de steinerscholen muziek belangrijk vinden,
wordt er te weinig mee gedaan. Zo vind ik op een site van een steinerschool het
volgende voor de eerste klas:

Natuurlijk
worden er pentatonische liederen met een dromerige en sprookjesachtige stemming
gezongen die aansluiten bij de vertelstof. Als Sinterklaas de blokfluit heeft
gebracht, leren de kinderen liedjes spelen met twee en drie tonen.

Waarom moeten eersteklassers wachten tot 6 december om
met blokfluitspelen te beginnen?

Waarom mogen ze maar twee en drie tonen leren spelen?

Waarom staat er ‘natuurlijk worden er pentatonische
liederen …’? Is het zo natuurlijk dat kinderen in de eerste klas pentatonische
liederen zingen?

Voor de tweede klas staat er:

In de
muziekles wordt er nog steeds pentatonisch (zonder halve tonen) gezongen en
sluiten de liederen aan bij de jaarfeesten of de vertelstof (liederen over
dieren). Het spel op de blokfluit wordt uitgebreid met de lage tonen en er
wordt al eens een ander instrument geïntroduceerd: xylofoon, klokkenspel, eigen
instrument …

Als kinderen van nature al veel verder staan dan de
pentatonische muziek, waarom hen dan nog dwingen daarmee door te gaan? Soms heb
ik de indruk dat steinerscholen de kinderen willen tegenhouden in hun
ontwikkeling, terwijl onderwijs juist dient om de ontwikkeling te stimuleren.
Onderwijs moet altijd een stap vóór zijn op de ontwikkeling van het kind. Het
kind moet zich kunnen ‘optrekken’ aan de leerstof.

Waarom nu pas andere instrumenten introduceren? Die
kunnen al van in de kleuterklas uitstekend aan bod komen.

In de derde klas (Elisabeth Lebret):

De
pentatonische scala gaan we vaarwelzeggen. De oude kerktoonaarden echter
(dorisch, frygisch, lydisch en mixolydisch), met hun sterk religieus karakter,
kunnen ons nog goed dienen voor de muzikale omlijsting van die
allerbelangrijkste verstelstof: Het Oude Testament.

Daarmee is het gevaar dat de derde klas een religieuze
Bijbelklas wordt nog wat groter geworden: kerkmuziek bij de Bijbelverhalen. Als
de kerktoonaarden in de oude volksmuziek aan bod komen, is het geen probleem,
maar kerkmuziek bij Bijbelverhalen? Eens te meer wordt de steinerschool op deze
manier een kerk in plaats van een school.

Waarom worden de verhalen van het Oude Testament de
allerbelangrijkste vertelstof genoemd?

Mijn mening is dat het Oude Testament niet in de derde
klas thuishoort. Je moet de meeste verhalen uit het Oude Testament als mythes
beschouwen en dan horen ze beter thuis in de verhalenstof van 4e-5e-6e klas.
Welke verhalen dan wél in de derde klas? Ik geef de voorkeur aan plaatselijke
legenden en sagen – zoals bijvoorbeeld Lange Wapper in Antwerpen – en aan
verhalen uit de wereldliteratuur zoals Willem Tell, Robinson Crusoë, Alibaba,
Robin Hood en zo vele andere boeiende verhalen uit de wereldliteratuur. Vanzelfsprekend
moeten de Bijbelse verhalen aan bod komen in de lagere school, want overal zijn
er kunstwerken en gebouwen in onze omgeving die daarmee verband houden. Om die
reden moeten ook verhalen uit het Nieuwe Testament opgenomen worden in de
vertelstof van de lagere school (klassen 4-5-6) en die ontbreken nu.

Willemijn Soer: Muziekmaken
met en voor jonge kinderen: over de betekenis van de kwint,
maakt het nog
wat duidelijker hoe antroposofie de muziek op school beïnvloedt:

… Het kind maakt in
zijn ontwikkeling in het kort de ontwikkeling van de mensheid door. Voor zover
dat het muziek beleven betreft, heeft Rudolf Steiner dit beschreven in Das Tonerlbenis im Menschen. Zo kunnen
we ons voorstellen dat onze zeer jonge kinderen de Egyptische cultuurperiode
(+/- 3000 – 800 voor Christus) nog eens doormaken. In die tijd ging voor de
mensen het directe beleven van de geestelijke wereld al enigszins verloren en
begon het leven van de aarde zich langzamerhand kenbaar te maken voor de
zintuigen. Men had dus tot beide werelden, de geestelijke en de aardse, een
zekere toegang. Het “ademen” nu tussen die twee werelden, het wisselend
“buiten” en “binnen” zijn, uitte zich muzikaal in het interval kwint … Het
jonge kind heeft deze adem ook nog in zich; het komt uit de geestelijke wereld,
is er nog mee verbonden en onbewust verbindt het zich ook al, door de
zintuigen, met de aarde.

In het leerplan van
de 2e en 3e klas van de vrijeschool wordt een liedrepertoire aanbevolen van
liederen “in pentatoniek en kerktoonsoorten”. Als er een grondtoon ontstaat in
kwintenmuziek noemen we het geen kwintenmuziek meer, maar pentatoniek.
Volksmuziek uit alle richtingen getuigt hiervan.

Voor de 8-jarigen
geeft de pentatoniek precies wat er nodig is: grond onder de voeten en tevens
een eerste begin van het aanspreken van een binnenwereld. De kinderen van de
tweede klas vragen om stevigheid, uitdaging en humor en dit alles is niet meer
alléén in de kwintenmuziek uit te drukken.

Het kind in de derde
klas verliest de kwint in zijn volle betekenis, verliest de vrije toegang tot
de geestwereld. Daar moet iets tegenover komen te staan. Ik ervaar de
verhaalstof van de derde klas, het Oude Testament, dan ook als een wijze troost
voor een ongeweten verdriet. Wat de muziek kan bijdragen aan deze troost is
gelegen in kerktoonsoorten.

Nu is de tijd
voorbij waarin de volwassene voor het kind een muzikale omgeving schiep, hem
aan de hand nam en hem door het land van de kwint leidde. Nu is voor het kind
de tijd aangebroken om zélf muziek te gaan maken, zich een eigen instrument te
gaan kiezen, het notenschrift te gaan lezen én schrijven; nu gaat het kind de
muziek dienen, op zijn weg door de wereld van de terts.

Er is nog meer antroposofie vermengd met muziek.

Vele steinerscholen gebruiken antroposofisch
vormgegeven instrumenten zoals fluiten en lieren. Het zijn meestal zeer kwetsbare,
delicate instrumenten. Ik ben nooit helemaal overtuigd geraakt van de muzikale
waarde ervan en heb ze dan ook vermeden. Wat me wel opviel is dat de adepten en
overtuigden van deze instrumenten zeer opdringerig te werk gingen om deze
instrumenten aan de scholen te slijten.

Toen ik halverwege de jaren ’70 muziekpedagogie gaf
aan cursisten die zich bijschoolden voor de steinerpedagogie, werd ik door zo een
opdringerige adept opzijgeschoven, want er was volgens hem maar één goede
muzikale pedagogie – de antroposofische muziektheorie in combinatie met de
antroposofische instrumenten – en alléén die mocht onderwezen worden.

Op een muziekcursus in de Waldorfschool in Stuttgart,
enkele jaren later, werd de cursus op een ongehoord brutale manier verstoord
door gelijkaardige fanatiekelingen die alle aandacht opeisten.

Weer enkele jaren later ontmoette ik op een
bijscholingsweekend in een Duitse Waldorfschool enkele muziekleerkrachten die
hun beklag deden over de antroposofische muziekpedagogie. Hun bevinding was dat
het muzikale leven erop achteruitgegaan was.

In een eerste klas met antroposofische fluiten zag ik
dat er onnoemelijk veel meer aandacht ging naar het zijden doekje, de wisser,
het doosje en het verzorgen van de fluit dan het bespelen ervan. Bovendien was
dat bespelen zo ingehouden dat de kinderen er helemaal geen plezier aan
beleefden. En dan na twee tonen weer de fluit schoonmaken, voorzichtig – want
die fluiten zijn zo kwetsbaar (blijkbaar zijn er sinds kort wat robuustere
fluiten) – in het zijden doekje draaien en dan weer in het doosje. Na de vingerzetting
op de pentatonische fluit in eerste en tweede klas moesten de kinderen in de derde
klas de andere vingerzetting op de diatonische fluit leren: weer typisch
steinerschool, te vergelijken met het leren van kapitalen in de eerste klas,
onderkastletters in de tweede klas en gebonden schrift in de derde klas, al houdt
men nu gelukkig niet meer zo hevig vast aan dat leren van drie lettertypes. Waarom
dan ook niet vanaf de eerste klas een gewone blokfluit (of diatonische fluit) geven?

Ik waardeer de zorg en het respect die de kinderen
voor hun instrument hebben (moeten hebben), maar een instrument dient toch in
de eerste plaats om bespeeld te worden.

Tijdens een muziekles in een eerste klas zouden de
kinderen op de pentatonische liertjes spelen. Na een spreuk – de dag was al
begonnen met een spreuk, de handwerkleerkracht had bij begin en einde van de
les een spreuk gezegd, en nu dus weer een spreuk – begon de leerkracht met het
uitdelen en stemmen van de liertjes. Dat nam zo veel tijd in beslag dat er
tegen het einde van de les amper op de instrumentjes gespeeld was: één
pentatonisch lied werd op de liertjes begeleid. Omdat het pentatonisch was kon
ieder kind gelijk welke snaar aanstrijken met de vingers. Dat was dan tenminste
één voordeel van deze instrumenten en van de keuze voor pentatoniek.

Kinderen in sommige steinerscholen worden onbewust ondergedompeld
in antroposofische muziekgeschiedenis op antroposofisch vormgegeven
instrumenten. Maar gelukkig zijn er ook steinerscholen die hier niet aan
meedoen en waar het muzikale voorgaat op de ideologie.

Tot slot:

Vanaf de vierde klas gaat het muzikale leven in vele steinerscholen
de goede kant op en komen kinderen meer en meer toe aan volwaardig musiceren,
ook meerstemmig en op diverse ‘normale’ instrumenten – al gaat het naar mijn
mening nog te traag. Schoolkoren en schoolorkesten bereiken soms wel een hoog
niveau.

https://www.cielen.eu/vakken/kunstzinnige%20vakken/muziek.html

https://www.cielen.eu/muziek-blokfluit-leren-spelen.pdf

https://www.cielen.eu/muziek-kleuterschool-lagere-school.pdf

https://www.cielen.eu