SCHOOLFEESTEN

Een groot pluspunt van de steinerscholen is dat er nog
seizoensfeesten gevierd worden. Dat die seizoensfeesten een christelijk
karakter hebben, is te wijten aan de eeuwenlange opeising door de christenen
die zich deze natuurfeesten hebben toegeëigend. Terwijl in zowat alle
onderwijssystemen de seizoens- en christelijke feesten naar de achtergrond
verdwenen zijn en vervangen door kunstmatige ouder- en grootouderfeesten en
dergelijke, hebben de steinerscholen ze in ere gehouden of in ere hersteld. Waarom?
Omdat in de antroposofie Christus een centrale figuur is, wiens kruisdood een
essentieel keerpunt is in de aarde- en mensheidsontwikkeling. Het christelijke
element in de jaarfeesten is daarom opvallend aanwezig. Bovendien vieren de
steinerscholen een feest dat buiten hen en de antroposofische verenigingen
nooit een feest is geweest: het Michaëlsfeest, het eerste feest van het
schooljaar.

De aartsengel Michaël wordt in de hele Bijbel slechts twee
keer genoemd (zie voetnoot 1). In de Openbaring van
Johannes is hij de engel die de draak (Satan) tezamen met diens engelen uit de
hemel verdrijft en op aarde laat neerstorten. Volgens de overlevering zijn zij in
de hel terechtgekomen en kennen we hen nu als duivels.

De naamdag van Michaël (en alle engelen) wordt op 29
september gevierd. Die datum heeft geen speciale betekenis, want is gewoon de
inwijdingsdatum van de eerste kerk die aan deze engel werd gewijd in Rome. Dit
gebeurde rond het jaar 450. Bijna een halve eeuw later is er sprake van een
verschijning van Michaël aan een herder in Puglia (Italië), gevolgd door een
resem verschijningen in heel Europa in de volgende jaren en eeuwen, meestal op
hoogten: heuvels, bergtoppen enz.

Antroposofisch gezien is Michaël een van de zeven
aartsengelen, hoewel er in de Bijbel sprake is van slechts drie aartsengelen
(Michaël, Gabriël, Raphaël). Hij is als aartsengel de geest van ons tijdperk (zie voetnoot 2) én tegelijk is hij een van de belangrijkste
geestelijke wezens in het antroposofische gedachtegoed waarin men overtuigd is
van het bestaan van een bovenzinnelijke Michaëlschool (zie voetnoot 3). Om die redenen is het Michaëlsfeest een
belangrijk feest binnen de antroposofische beweging en is het dat vervolgens ook
geworden in de steinerpedagogie. Gelukkig wordt dit allemaal niet aan de
kinderen uitgelegd – Michaël is voor hen een soort ridder-engel die een draak
verslaat – maar het feit dat men een herfstfeest de naam geeft van deze
aartsengel wijst toch duidelijk in de richting van antroposofie.

Dat blijkt ook uit de liederen die tijdens dit feest
gezongen worden. Twee voorbeelden:

Aartsengel, gij, o maak mij waard
een strijder
Gods te zijn.
Geef mij uw
blinkend sterrenzwaard,
al ben ik
nog maar klein.
Maak rein
mijn denken, ’t harte goed
en geef tot
drakenstrijd mij moed.

In dezelfde geest klinkt het volgende lied:

Gij
zonneheld in gouden pracht, Sint-Michaël.
Wij vragen
u, o schenk ons kracht.
Refrein:
Help ons bevrijden,
De vijand bestrijden,
Sint-Michaël

Gij vaandrig uit het hemelrijk, Sint-Michaël.
De eng’len
zijn uw legerschaar.
Refrein.

Groot is uw
macht en sterk uw hand, Sint-Michaël
Gij heerst
op zee en op het land.
Refrein.

Moet een herfstfeest in het teken staan van Michaël?
Absoluut niet. Het zou zelfs beter zijn om dit niet te doen en van een
herfstfeest gewoon een oogstfeest te maken zonder een of andere heilige of
fictieve engel erbij te betrekken. Waarom zouden moed en strijdvaardigheid
kwaliteiten zijn die bij de herfst passen en wat betekent dat sterrenzwaard?
Michaël als de christelijk-astrologische wachter aan de hemelpoort staat het héle
jaar door als het sterrenbeeld Kleine Beer hoog aan de hemel – vlak bij de
Poolster, aangezien deze ster de poort naar de hemel voorstelt – en draagt er
naast een zwaard ook een weegschaal in de hand om er de zielen van de
gestorvenen mee te wegen, goede tegen kwade daden.

Een goed en zinvol herfstfeest heeft geen nood aan
bovenzinnelijke en hemelse verklaringen. Wil je toch meer achtergrond geven aan
een herfstfeest, vier het dan desnoods op 4 oktober, dan kun je het combineren
met de internationale dierendag ter gelegenheid van het naamfeest van
Sint-Franciscus, al heeft die ook niets met herfst van doen. Hij en de dieren
spreken de kinderen hoe dan ook meer aan dan een mythisch-hemelse gevleugelde
gedachte (engel) die allerhande strijdlustige kwaliteiten worden toegedacht.

De andere seizoensfeesten in de steinerschool kun je
moeilijk antroposofische feesten noemen, al worden ze weleens met
‘geesteswetenschappelijke’ eigenschappen versierd. Het zijn vooral seizoens- en
volksfeesten die in hun verchristelijkte vorm zijn overgeleverd. Het is
waardevol dat de steinerscholen er zich om bekommeren deze feesten te blijven
vieren. De vraag is echter wat de nadruk moet krijgen: het volkse seizoensfeest
of de christelijke inhoud. In vele steinerscholen zie ik het christelijke –
vanuit de link met de antroposofie – veel meer op de voorgrond treden dan het
volkse, waardoor sommige feesten, hoezeer ze ook verweven zijn met de
volkscultuur toch een zeer christelijk karakter krijgen en soms zelfs meer een
kerkelijk-religieus feest worden. De adventsvieringen die ik in enkele
steinerscholen heb bijgewoond zijn daar een typisch voorbeeld van. Ik heb
scholen dan ook herhaaldelijk gevraagd om van de school geen kerk te maken (zie voetnoot 4). Een opvallend gegeven in de steinerscholen in
Vlaanderen is het feit dat men zelfs een bepaalde leerinhoud aan een
christelijk feest aanpast: zo krijgen de kinderen in de eerste klas de klinkers
pas aangeboden in de advent, want het zijn de engelen die deze letters uit de
hemel meebrengen ter gelegenheid van de geboorte van Jezus. En Sinterklaas
brengt de blokfluit. Dit wil zeggen dat kinderen in de eerste klas minstens
drie maanden moeten wachten om met leren lezen te beginnen, want zonder
klinkers kun je niet leren lezen. Blokfluit leren spelen gaat pas als
Sinterklaas gepasseerd is. Op deze manier mengt men geloof met pedagogische
inhouden en zijn de kinderen daarvan het slachtoffer.

Hoe kun je de jaarfeesten terugbrengen tot hun essentie?

Noem het Michaëlsfeest een herfstfeest. Laat Michaël maar
over aan de Antroposofische Vereniging en aan de Christengemeenschap.

Of het nu om het Sint-Maartensfeest, adventsfeest,
sinterklaasfeest, Kerstfeest, palmpasenfeest, Paasfeest, Pinksterfeest of
Sint-Jansfeest (= midzomerfeest) gaat; het zijn allemaal waardevolle
seizoensfeesten die het perfect zonder antroposofische uitleg kunnen stellen.
Wie daaraan toch behoefte heeft, kan inspiratie opdoen in enkele boeken:

Henk Sweers, Jaarfeesten,
Vrij Geestesleven, Zeist, 1991;
Juul van der Stok, Schipper
mag ik overvaren
? Nearchus CV, Assen;
Friedel Lenz, Hoe
vieren wij jaarfeesten met de kinderen?
Zevenster, Zeist, 1982;
Emil Bock, De
jaarfeesten als kringloop door het jaar
, Christofoor, Rotterdam, 1980;
Christiane Kutik e.a., Leven
met het jaar
, Christofoor, Zeist, 1998;
Rudolf Steiner, Jaarfeesten,
Christofoor, 2012;

of kan op zoek op internet, waar haast iedere steinerschool/vrijeschool/waldorfschool
uitleg geeft over de jaarfeesten.

Op mijn eigen site vind je uitleg over de feesten zonder
antroposofische invloeden: http://cielen.eu/schoolfeesten/index.html

1 Daniël 10, 13 en Openbaring 12,7.

² http://www.arendlandman.nl/2010/09/het-michaelsfeest-de-herfst-evening-de-aartsengel-michael-en-het-michaelstijdperk/ en https://www.vrijeschoolbeweging.nl/achtergrond/het-michaelsfeest/

3 http://antropocalypse.blogspot.be/2013/09/michael-hij-die-voor-het-aangezicht-van.html

4 Zie bijvoorbeeld mijn blogpost nummer 12 van
22 december 2013.

www.cielen.eu