Beelden zeggen meer dan woorden, is een wijdverbreide
mening, maar ze geldt niet voor verhalen. Kijk maar eens naar kleuters die in
een prentenboek bladeren. Slechts enkele seconden weten de prenten de aandacht
van het kind te trekken. Resoluut draait de kleuter met een dwingende vinger
het blad naar de volgende tekening om en om en om…

Maar als de kleuterjuf bij elke prent in het boek vertelt
wat er allemaal te zien is en als zij dit tot een verhaal verbindt, dan gaan de
kinderen daar helemaal in op, zien ze ook plots véél meer en willen ze ook
allemaal de prent nog eens van dichtbij bekijken. Het zijn de woorden van de
juf, het verhaal dat de kinderen beluisterden, die hen tot kijken aanzetten.

Toen een zesde klas uit een steinerschool in het museum van
Kassel (Duitsland) kwam, bleven de kinderen al bij het eerste schilderij staan
en ontspon er zich spontaan een boeiend gesprek. ‘Hé, dat is het verhaal van
Kaïn en Abel,’ liet een kind zich ontvallen, waarop een ander: ‘Daar ligt Abel,
met de schaapjes naast zich op de grond.’ Een derde vulde aan: ‘Kijk eens naar
Kaïn, die is wel héél woest getekend.’ En toen een klas in het vlak bij de
school gelegen Museum voor Schone Kunsten op bezoek was, werd het plots héél
stil in de zaal onder de bezoekers toen enkele kinderen, zonder op de
omstaanders te letten, luidop de verhalen begonnen te vertellen die ze op de
schilderijen van Rubens afgebeeld zagen. In het publiek werden de audiogidsen
gelaten voor wat ze waren en luisterden de bezoekers geboeid naar de verhalen die
de kinderen vertelden.

Hoe kan dat?

Heel eenvoudig omdat de kinderen gewoon waren om met heel
hun wezen te luisteren naar de verhalen die hun leerkrachten, opgeleid en
ervaren in de kunst van het vertellen, hen in de loop van kleuter- en lagere
school gebracht hebben tijdens de vele verteluren. Verhalen uit de eeuwenlange
verhalenstof van de mensheid – zie vorige weekberichten – levendig en boeiend
verteld, werken diep in op het gevoel en nestelen zich onuitwisbaar in het
geheugen.

Kijk eens naar een klas waar de leerkracht vertelt. Als
vanzelf worden de kinderen stil en geven zich helemaal over aan het verhaal.
Als in een droom beleven ze mee wat er in het verhaal gebeurt. Zij zien vol
ontzag de hoge bergpieken voor zich, drijven mee op de woelige wateren van de
zee, bibberen angstig mee in het duister van het woud, begeven zich joelend in
het strijdgewoel en juichen innerlijk om de overwinning. Hoe levendig kan een
stilte zijn waar geluisterd wordt.

Beeldend vertellen, dit wil zeggen, een verhaal zo vertellen
alsof het zich voor de ogen van de kinderen afspeelt, is een ode aan het woord.
En als een kind geleerd heeft om met eerbied en respect te luisteren naar de
leerkracht – wat vooral dankzij de verhalen gebeurt – dan krijgt het een wondermooie
luisterhouding, die ook het opnemen van de leerstof ten goede komt.

Al is de steinerschool wijd en zijd bekend om haar
kleurrijke kindertekeningen, handwerkjes en werkboeken, toch is zij vooral een
school van het woord. Het is dankzij het intensieve gebruik van het woord dat
de leerlingen er openbloeien in wilskracht, kennis en schoonheid.