Na een uitgebreid bezoek aan museum M, waar de
tentoonstelling over Thomas More en Utopia mijn aandacht urenlang vasthield; na
een heerlijk vegetarisch avondmaal met een succulente chocoladetaart als toetje
bij Lukemieke; na een zalige nachtrust
in B&B Het Leuvens Hof met
aansluitend een gezellig ontbijt, besloten E en ik een wandeling te maken door
het Groot Begijnhof van Leuven.

Het hageld’ het sneeuwde en de Dijle stroomde zo snel onder
de smalle bruggetjes en langs de oude gevels van het begijnhof en de ijzige
wind joeg de klanken van de begijnhofkerkse beiaard door de smalle straatjes.

Heer Jezus heeft een
hofke
, speelden de klokken.

We zongen, op de brug uitkijkend over het snelstromende
water en genietend van de dwarrelende vlokken, mee: Heer Jezus heeft een hofke, daar schoon bloemen staan.

Dat lied kenden we nog uit onze lagereschooltijd, meer dan
een halve eeuw geleden. Tenminste, we dachten dat we het kenden, maar voelden
aan dat er iets niet klopte.

Daarin zo wil ik
plukken gaan, ’t is welgedaan. Trompetten en klaretten en die veelkens al zo
wel.

‘Die tekst klopt toch niet helemaal, zei E. Vanwaar komen
plots die trompetten en klaretten …’

‘Ach, zei ik, die oude liederen zitten niet altijd logisch
in elkaar’ en dacht daarbij aan oude kleuterliederen die zelden logisch gedacht
en gedicht zijn.

De beiaard zweeg, wij ook en het hofke van Jezus verdween uit
mijn gedachten.

Vanmorgen, een week later, word ik om halfzes ’s morgens wakker
met deze zin in mijn hoofd:

Men hoort daar niet
dan engelenzang en herpegespel
….

DE ONTBREKENDE ZIN!

Ik haast me naar beneden en kribbel de tekst snel op de
versozijde van een blaadje van Peters Zeurkalender.

Aan het ontbijt zingen we het lied nu compleet, helaas
zonder beiaard:

Heer Jezus heeft een
hofke, daar schoon bloemen staan.
Daarin zo wil ik
plukken gaan, ’t is welgedaan.
Men hoort daar niet
dan engelenzang en herpegespel,
Trompetten en
klaretten en die veelkens al zo wel.