In vele steinerscholen
in Vlaanderen krijgen de kinderen van de eerste klas pas tijdens de advent de
klinkers aangeboden.

Het is
pedagogisch en didactisch totaal onverantwoord om de klinkers pas tijdens de
advent aan de kinderen van de eerste klas te geven. Het mag dan al de opvatting
zijn van antroposofisch geschoolde leerkrachten dat de engelen de klinkers
brengen en dat dit best gebeurt in de adventsperiode, voor een kind in de
eerste klas is het niet correct om het leren lezen uit te stellen tot de
advent. Zonder klinkers kan je nu eenmaal niet leren lezen. Klinkers horen bij
de aanvang van de eerste klas gegeven te worden.

Pedagogie en
didactiek mogen niet afhankelijk zijn van religieuze opvattingen. Laat de
engelen het Jezuskind desnoods naar de aarde begeleiden; de klinkers hebben
daar niets mee te maken.

Wat zegt
Steiner over de klinkers?

‘Bij de klinkers gaat u er altijd van uit dat ze het innerlijk van
de mens weergeven en zijn relatie tot de buitenwereld
.’ We moeten dus uitgaan van het innerlijk van de mens,
niet van engelen. Dat we met het uitspreken van de klank A een ander deel van
ons innerlijk (van ons gevoel) openbaren dan met de I of de OE, daar kan ik best
mee akkoord gaan.

Over de link tussen klinkers en gevoel zegt
Steiner:

‘We kunnen de klinkers dus altijd vanuit tekeningen verklaren. Zo
ook bij het volgende voorbeeld, waarbij u ook weer appelleert aan het gevoel
van een kind. U zegt: Stel je voor dat je broertje of zusje naar je toekomt. Ze
zeggen iets tegen je, maar je begrijpt niet meteen wat ze bedoelen. Maar dan
komt het moment dat je ze al een beetje begint te begrijpen. Hoe druk je dat nu
uit? Dan is er beslist wel weer een kind – of u brengt de kinderen zo ver – dat
zegt iiiii. De getekende vorm van de klank I wijst op iets wat begrepen is. Die
vorm is ook grofweg aanwezig in het wijzen zelf. De simpele streep wordt een I,
de streep die van onder wat dikker en van boven wat dunner zou moeten zijn.
Maar in plaats daarvan maakt men gewoon een streep en drukt het dunnere gedeelte
uit door de punt op de i. Zo kan men alle klinkers afleiden uit de manier
waarop er uitgeademd wordt, uit de vorm van de adem.’

Maar Steiner zegt
ook: ‘In het eerste schooljaar
hoeven we niet veel meer te doen dan de juiste voorwaarden te scheppen. We
hoeven de leerlingen nog niet te leren hoe je lange klinkers schrijft en
scherpe klanken… Zo kunnen we ons wat de spelling betreft zo lang mogelijk
beperken tot enkel spreken en pas op het allerlaatst bij het schrijven ook op
de spelling gaan letten.’
Hiermee kan ik helemaal niet akkoord gaan
en al helemaal niet wanneer hij in andere voordrachten beweert dat het leren
lezen niet vóór de derde klas hoeft te gebeuren. Leren lezen en leren schrijven
gebeuren simultaan, en daar hoort dus ook spelling bij.