Zo ziet een degelijke periodeles met opmaat eruit:

De school begint bijvoorbeeld om 8.30 uur.

8.30 uur: Stipt
begin van de schooldag. De kinderen zijn dus al in de klas en zitten of staan
klaar.
8.30 – 8.55 u: Muzikale
opmaat.
8.55 – 9.20 u:
Mondelinge herhaling (bewegings- en ritmische
oefeningen inbegrepen) eindigend met bekijken en lezen van werk van de vorige
dagen.
9.20 – 9.40
u
: Instructie (uitleg over de nieuwe
leerstof). Deze instructie eindigt met een korte terugblik op de vorige
lesinhoud.
9.40 – 10.30
u
: Persoonlijke (individuele) verwerking
van de leerstof.
De kinderen
helpen elkaar zo veel mogelijk.
De leerkracht
begeleidt individuele kinderen en zorgt dat zwakke kinderen dagelijks aan bod
komen en anderen minstens éénmaal per week.
10.30 – 10.40 u: Korte terugblik op de voorbije lesinhoud en
vooruitblik op de lesinhoud van de volgende dag.

In een eerste leerjaar ziet de opbouw van opmaat en
periodeles er een klein beetje anders uit:

8.30 uur: Stipt
begin van de schooldag.
8.30 – 8.55 u: Muzikale
opmaat.
8.55 – 9.20 u: Mondelinge
herhaling met bewegings- en ritmische oefeningen.
9.20 – 9.40
u
: Analyse- en syntheseoefeningen
(leren lezen). Eerst mondeling en aansluitend schriftelijk. Ook enkele mondelinge
rekenopgaven.
9.40 – 9.55 u: Instructie
(uitleg over de nieuwe leerstof) en korte terugblik op de vorige lesinhoud.
9.55 – 10.20
u
: Persoonlijke (individuele) verwerking
van de leerstof.
De kinderen
helpen elkaar zo veel mogelijk.
De leerkracht
begeleidt individuele kinderen en zorgt dat zwakke kinderen dagelijks aan bod
komen en anderen minstens éénmaal per week.
10.20 – 10.30 u: Oefenen gebonden schrift.
10.30 – 10.40 u: Korte terugblik op de voorbije lesinhoud en
vooruitblik op de lesinhoud van de volgende dag.

Dankzij een goede organisatie van de les heeft de leerkracht
voldoende tijd om kinderen individueel te helpen.