Sinterklaasfeest in een steinerschool vrijdag 6 december 2013

Terwijl de kinderen van de vierde klas onophoudelijk musiceren, zang en blokfluit afwisselend, komen de andere klassen de zaal binnen met veel rumoer en weinig aandacht voor de musicerende en zingende kinderen.
In de zaal bevinden zich alleen de kinderen van klassen 2 tot en met 6 met de leerkrachten van deze klassen, geen ouders. De kinderen van het eerste leerjaar hebben eerder op de dag hun feest gehad samen met de kleuterklassen. ‘Waarom het eerste leerjaar niet samen met de andere klassen van de lagere school?’ vraag ik aan de leerkrachten. Het blijkt om de aanwezigheid van Zwarte Pieten te gaan. Kinderen van het eerste keerjaar worden nog niet rijp geacht om met deze figuur geconfronteerd te worden. Hoe wereldvreemd kunnen leerkrachten zijn! Alsof kinderen van het eerste leerjaar niet met een figuur als Zwarte Piet overweg zouden kunnen.
Een leerkracht van de lagere school neemt de leiding van het feest op zich en kondigt een lied aan. Ze slaagt erin om de kinderen een sinterklaaslied één keer te laten zingen, waarna ze in een bundel kopieën op zoek gaat naar een tweede lied. Met als gevolg opnieuw stevig rumoer in de zaal. Het tweede lied komt er (ook slechts één keer) en het klinkt min of meer geslaagd. Het lied wordt eenstemmig gezongen, al probeer ik de hogere klassen aan te zetten tot het zingen van de tweede stem, wat niet echt lukt. Muziek leeft niet echt in deze school, en al zeker niet tijdens de schoolfeesten. Toch heb ik vorig jaar de kinderen van deze school een mooi concert horen geven in de kerk aan de overkant van de straat.
Twee uur vóór het feest begon is een leerkracht me komen vragen om het verhaal van Sinterklaas en Maria te vertellen in de zaal. Terwijl de kinderen aan hun meetkundeopdrachten werken lees ik het verhaal even door. Een onsamenhangend verhaal, waarschijnlijk ooit uit het geheugen opgeschreven en jarenlang dienstig geweest zonder vragen te stellen over de inhoud. Ik probeer een lijn te zien in het verhaal en tijdens het speelkwartier heb ik net tijd genoeg om er een verhaal van te maken dat een zekere samenhang bezit. Dus ik vertel het verhaal en probeer er de verschillende temperamenten in te verwerken.
Onmiddellijk na het verhaal komen Sint en twee Zwarte Pieten de zaal in. De kinderen blijven rumoerig en proberen de Sint een hand te geven. Er heerst een weinig plechtige sfeer, het heeft meer iets weg van een carnavaleske bedoening. Sint en Pieten bestijgen het podium. Sint spreekt een gewone alledaagse taal met Antwerpse klanken. Hij is duidelijk niet de verheven heilige, maar eerder een gewone man die af en toe ook dolt met de Pieten.
Sint leest uit zijn boek de teksten voor die de leerkrachten hem bezorgd hebben. Op voorhand was er gevraagd om korte teksten te bezorgen, wat ik dan ook gedaan heb. Maar nu blijkt dat de anderen toch wel uitgebreid geschreven hebben.
De klassen bieden hun geschenken aan aan de Sint terwijl de zaal verder rumoert, al lukt het om wat meer aandacht te krijgen als een klas een lied zingt. Dit onderdeel van het feest duurt lang omdat de meeste klassen meer tijd gebruiken dan vooraf afgesproken was.
Daarna verlaat Sint het podium en krijgen de twee Zwarte Pieten vrij spel. Zij voeren een show op waarbij zij proberen de kinderen aan het lachen te brengen. Dat lukt nu en dan goed, ook tekstueel en muzikaal. Maar het duurt lang en zou beter passen in een carnavalsfeest.
Ten slotte keert Sint terug op het podium en wordt het feest met een lied afgesloten en verdwijnen Sint en Pieten.
Even later keren de kinderen naar hun klassen terug waar zij de geschenken van de Sint kunnen bewonderen. In het zesde leerjaar zijn het boeken over Romeinse en middeleeuwse geschiedenis en een boek over natuurkundige experimenten. De kinderen hebben er weinig (de meesten zelfs géén) belangstelling voor. Een week later, als ik de boeken goed zichtbaar op de vensterbank heb gezet zijn er enkele kinderen die ‘s morgens voor de school begint in een boek bladeren.

Twee jaar geleden maakte ik het sinterklaasfeest mee in een andere steinerschool. Daar mochten de kinderen van het eerste leerjaar wél meedoen met de lagere school. Daar werd ook véél meer gezongen en gemusiceerd en heerste er een mooiere sfeer in de zaal. Daar vertelde de Sint ook zelf zijn verhaal wat een betere indruk maakte op de kinderen. Zwarte Piet (één exemplaar, wat ook logischer is) kreeg een meer bescheiden aandeel in het feest.

Mijn advies is:
1. Zorg dat het een muzikaal feest is. Er zijn zo veel mooie sinterklaasliederen te zingen en te musiceren. Laat de meerstemmigheid klinken. Gebruik instrumenten. Zing bij het begin en tijdens het feest de zachte, ingetogen sinterklaasliederen en sluit af met de meer uitbundige liederen.
2. Geef de Sint zijn heiligheid terug. Hij mag niet te alledaags spreken en handelen. Hij komt per slot van rekening uit lang vervlogen tijden en is niet meer van de jongsten. Er mag een plechtige afstand zijn tussen de Sint en de kinderen. Hij moet dus ook niet te dicht bij de kinderen komen, al mogen de kinderen hem tijdens het feest héél even een hand komen geven, terwijl de zaal mooie liederen zingt.
3. Eén Zwarte Piet lijkt me meer dan voldoende. Hij kan de tegenpool van de Sint zijn. Waar de Sint de onaanraakbare heilige is, is Zwarte Piet de menselijke figuur. maar carnavalesk hoeft hij niet te zijn, al mag hij wel ondeugende zaken doen als spiegel van wat kinderen ook aan ondeugends uitspoken.
4. Laat de Sint zelf vertellen waar hij vandaan komt. Het hoeft niet per se uit de hemel te komen, hij kan dat best in het ongewisse laten. Het heeft ook geen belang of hij nu uit de hemel of uit Spanje komt.
5. Laat alle kinderen van de school deelnemen aan het feest. Vanaf de kleinste kleuter (en peuter) tot de grote jongens en meisjes van het zesde leerjaar. Het feest krijgt daardoor véél meer sfeer. En laat de ouders meegenieten van het feest. Nodig hen uit om mee te komen in de zaal. Maak er een echt schoolfeest van. Laat de klassen zo veel mogelijk een muzikaal geschenk aanbieden aan de Sint, al of niet vergezeld van een boekje met tekeningen of schilderwerkjes.
6. Het is weinig sfeervol om in een halfgevulde zaal een feest te vieren.
7. De teksten over de verschillende klassen zijn weinig zinvol. Ze kunnen beter achterwege gelaten worden. Een Sint die zogezegd alles in zijn boek heeft genoteerd heeft iets te veel weg van een middeleeuwse katholieke God de Vader, wat gepaard gaat met angst, straf en beloning.